© 2015 - 2019 Aerial Pro B.V. 

  • Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon
  • Black LinkedIn Icon
US Icon.png
Zoeken
  • Aerial Pro

Alles komt goed...

Wie al een tijdje meeloopt in de professionele dronevliegerij in Nederland weet dat afgelopen jaren niet alles even gemakkelijk ging in deze sector. Vooral de ontwikkeling van de wet- en regelgeving - of juist het gebrek hieraan - was hier debet aan.

In de begindagen waren er geen specifieke regels en leek het alsof iedereen alles mocht doen wat hij of zij wilde. Dit was voor de dronevliegers natuurlijk fijn, maar de handhavers en grote luchtvaart waren hier minder blij mee. Vervolgens kwam er een algeheel verbod, wat vanzelfsprekend een hoop boze dronevliegers tot gevolg had. Daarna werd nieuwe wetgeving ingevoerd en konden professionals uiteindelijk een RPAS Operator Certificate (ROC) halen waarmee weer het één en ander mogelijk werd. Het nadeel was echter dat dit zo’n duur papiertje was, dat veel bedrijven de gok namen om zonder vergunning te vliegen. Gevolg was dat bijna iedereen ontevreden was. Om de grote groep zonder vergunning tegemoet te komen, werd in 2016 het makkelijker te behalen ROC-light ingevoerd. Deze vergunning vormde een mooie opstap voor veel bedrijven, die - soms hun ROC-light als ROC verkopend - begonnen te concurreren met de ROC houders. Dit laatste was natuurlijk tegen het zere been van de ROC houders.


Naast de problematiek van de vergunning was er de afgelopen jaren ook nog een hoop gesteggel over onder meer het vliegen in de CTR - met de daarbij behorende transponder plicht - en over het begrip 'aaneengesloten bebouwing'. Het gevolg van dit alles leidde tot een hoop frustratie bij zowel de (professionele) dronevliegers alsook de handhavers en toezichthouders.


Gelukkig is er de laatste tijd een aantal ontwikkelingen gaande waardoor het sentiment de komende jaren een stuk positiever zou kunnen worden in de Nederlandse dronesector. Drie van deze ontwikkelingen zal ik hieronder wat verder toelichten.


1. Europa neemt het roer over.


Het zal je niet ontgaan zijn; volgend jaar gaat de Nederlandse wet- en regelgeving voor drones over in de Europese wetgeving. Waar nu nog alle lidstaten zelf hun regels voor drones kunnen opstellen, zullen deze vanaf volgend jaar in heel Europa grotendeels gelijk zijn. Dit betekent dat dronevliegers onder hun Nederlandse vergunning bijvoorbeeld ook in België, Duitsland of Spanje mogen vliegen. Dit zorgt voor een level playing field en maakt dat veel Nederlandse bedrijven opeens een veel grotere afzetmarkt hebben. Natuurlijk zal hierdoor andersom ook de concurrentie in Nederland toenemen, maar dit zal naar mijn opvatting enkel helpen om het kaf van het koren te scheiden.





In de Europese regelgeving zal een onderscheid gemaakt worden tussen de 'open', 'specific' en 'certified' categorieën. De open categorie is bedoeld voor drones tot 25 kilogram die maximaal 120 meter hoog vliegen en binnen zichtafstand (VLOS) van de piloot blijven. In deze categorie is verder geen toestemming van de autoriteiten nodig om te mogen vliegen. Veel van de werkzaamheden die nu nog onder het ROC-light plaatsvinden, zullen straks in deze categorie vallen. Het voordeel voor ROC-light houders is dat de regels in de 'open' categorie minder strikt zijn dan de huidige Minidrone regeling. Zo mag je straks bijvoorbeeld door de zogenaamde 1:1-regel dichterbij mensen vliegen. Ook gaat de maximale hoogte voor deze groep weer omhoog naar 120 meter en wordt de maximale afstand van 100 meter die ROC-light houders nu hebben, vervangen door het VLOS vereiste.


Een ander voordeel - ook al lijkt dit wellicht niet zo - is dat het voor het besturen van alle drones boven de 250 gram verplicht wordt om minimaal een online training te volgen en een test te maken. Dit zorgt ervoor dat iedereen die met een drone vliegt die enigszins schade kan aanrichten, straks beschikt over tenminste minimale kennis hoe om te gaan met zo'n toestel. En mocht iemand de fout in gaan of zijn drone kwijtraken, dan kan deze persoon snel achterhaald worden doordat het boven de 250 gram ook verplicht wordt de drone te registreren.

2. “Mag niet” bestaat niet meer: de SORA.

Hierboven hebben we het al gehad over de 'open' categorie. Maar wat nu als je bijvoorbeeld hoger dan 120 meter of Beyond Visual Line of Sight (BVLOS) wilt vliegen? Dan kom je onder de Europese regelgeving terecht in de 'specific' categorie. Deze categorie zal voornamelijk voor de huidige ROC houders interessant zijn doordat voor hen zogenaamde 'standaard scenario's' gecreëerd gaan worden.





Nu moet elke ROC houder een handboek hebben waarin onder meer de organisatie, procedures en apparatuur wordt beschreven. Dit gaat in de basis niet veranderen. Wat wel gaat veranderen is dat ROC houders, om een ontheffing te krijgen op het ROC, niet altijd meer zelf een hele risicoanalyse hoeven te maken. Dit kost nu nog een hoop tijd voor zowel de operator als de toezichthouder. Met het systeem van 'standaard scenario's' worden deze ontheffingen vervangen door een set van voorwaarden verbonden aan een zogenoemde ConOps. Deze ConOps is het raamwerk waarin je mag bewegen binnen het betreffende ‘standaard scenario’. Binnen dit raamwerk zal het merendeel van de door operators gewenste werkzaamheden vallen. En mocht je nu net iets specifieks willen doen wat niet binnen een standaard scenario valt, dan is er altijd nog het instrument van de SORA.


SORA staat voor Specific Operations Risk Assessment. Dit is een methodiek voor risicoanalyse die speciaal is ontwikkeld door JARUS (Joint Authorities for Rulemaking on Unmanned Systems) voor professionele drone operators. Door een aantal stappen te volgen, kan elke operator erachter komen wat er nodig is om de werkzaamheden die hij of zij wil uitvoeren ook daadwerkelijk te mogen uitvoeren. De uitkomst kan vervolgens worden voorgelegd aan de toezichthouder en deze kan de operatie vervolgens makkelijker goedkeuren. Het standaard "mag niet" bestaat straks dus niet meer, als iets veilig kan dan is de kans groot dat het wordt toegestaan.

3. U-Space, iedereen op de radar.

Bij het eerste punt over de Europese wetgeving kwam de verplichte (elektronische) registratie voor drones boven de 250 gram al aan de orde. Maar wat is het nut van een register als je ergens een drone ziet vliegen, maar degene die hem bestuurd niet kan zien? Voor dergelijke situaties is er straks een aanvullende eis voor elektronische identificatie. Hierdoor kunnen drones op afstand worden uitgelezen, waardoor het mogelijk is om de eigenaar van deze drones te achterhalen. Je kunt dit vergelijken met het nummerbord op een auto, zolang je je aan de regels houdt is er niks aan de hand, maar je kan geflitst worden als je te hard rijdt. Ik verwacht dat door dit systeem veel van de huidige bezwaren in de samenleving ten opzichte van drones opgelost kunnen worden. Er zullen echter altijd individuen blijven die hun drone niet registreren of dit ongedaan maken. Gelukkig zijn hiervoor steeds meer counter-drone toepassingen op de markt, deze kunnen ongewenste drones detecteren en soms zelfs “onschadelijk” maken. Hier zijn al verschillende proeven mee gedaan in Nederland.





De elektronische registratie en identificatie maken onderdeel uit van U-Space. Dit is een set van nieuwe services en procedures voor de ondersteuning van veilige, beveiligde en efficiënte toegang van grote aantallen drones tot bijna alle delen van het luchtruim. Met dit systeem zal het mogelijk worden om toestemming te vragen voor het vliegen in delen van het luchtruim waarin dit nu nog niet is toegestaan, denk hierbij bijvoorbeeld aan (delen van) CTR's. Ook zal dit systeem in de toekomst als een automatische luchtverkeersleiding fungeren voor het lagere deel van het luchtruim. Dit zal geen overbodige luxe zijn als over een paar jaar de pakketjes van Amazon en de dronetaxi's van Uber boven ons hoofd zoeven.


Bovenstaande punten zijn slechts een greep uit de veranderingen die de dronesector de komende jaren te wachten staat. En de veranderingen gaan sneller dan je wellicht denkt. Nu al wordt er in Nederland door verschillende partijen hard gewerkt aan de integratie van de Europese wetgeving, de ontwikkeling van standaard scenario's (het eerste scenario voor het vliegen in de buitenste ring van de CTR is zelfs al vrijgegeven) en de ontwikkeling van U-Space. Als je bedenkt dat de grote luchtvaart er vele tientallen jaren over heeft gedaan om zo professioneel en veilig te worden als nu, dan denk ik dat we in het korte drone-tijdperk al aardig wat stappen in de goede richting hebben gemaakt met elkaar.